Op Internationale Vrouwendag kwamen in Rotterdam ruim 60 vrouwen uit de stad en 10 politica samen om internationale vrouwendag te vieren met een politiek tintje. In een open en betrokken sfeer ontstond een waardevolle dialoog over representatie, kansenongelijkheid, gemeenschapskracht en de vraag welke stemmen in de politiek nog te weinig worden gehoord. Tijdens het programma Vrouw & Politiek stond één centrale vraag centraal: wie wordt gehoord — en wie nog niet?

In een superdiverse stad als Rotterdam is die vraag actueler dan ooit. Vrouwen uit verschillende achtergronden kwamen samen met politica uit de lokale en landelijke politiek om ervaringen, perspectieven en zorgen met elkaar te delen. De bijeenkomst bood ruimte voor ontmoeting, verdieping en uitwisseling tussen politiek en samenleving.

De middag werd op indringende wijze geopend door Christina Harrevelt, die met een openhartig verhaal de toon zette. Haar bijdrage onderstreepte de betekenis van Internationale Vrouwendag en de kracht van vrouwenstemmen in het publieke domein.

Vervolgens gaven Fadime Örgü en Ingrid Harper een inkijkje in respectievelijk de Haagse en de lokale politieke praktijk. Hun persoonlijke verhalen maakten zichtbaar hoe politieke keuzes tot stand komen en hoeveel betrokkenheid, vasthoudendheid en moed daarvoor nodig zijn.

Onder leiding van moderator Thérese Nleng ging het gesprek daarna verder met politica van BIJ1, CDA, D66, DENK, GroenLinks–PvdA, JOU, Leefbaar Rotterdam, Partij voor de Dieren, SP en VVD. Samen met de aanwezigen in de zaal spraken zij over thema’s die direct raken aan het dagelijks leven in Rotterdamse wijken. Onder meer kwam aan bod wat de daadwerkelijke impact is van grote welzijnsorganisaties in vergelijking met kleinere, vaak migrantenorganisaties die veel dichter op de gemeenschappen staan. Ook werd stilgestaan bij het ontbreken van specifiek beleid voor oudere migranten in Rotterdam, terwijl juist deze groep over waardevolle ervaring en veerkracht beschikt en tegelijkertijd niet altijd voldoende wordt gezien in beleid en voorzieningen.

Daarnaast was er aandacht voor de kansenongelijkheid waar jongeren met een migratieachtergrond nog altijd mee te maken hebben, onder meer in onderwijs, stages, netwerken en toegang tot kansen. Ook de bruggeneratie van 35 tot 55 jaar kreeg expliciet erkenning. Deze generatie draagt vaak tegelijk zorg voor kinderen én ouders en vervult daarmee een onmisbare rol binnen gezinnen, gemeenschappen en de stad als geheel.

Wat de bijeenkomst bijzonder maakte, was de sfeer waarin het gesprek plaatsvond. Niet als debat om standpunten af te vinken, maar als dialoog waarin luisteren, erkennen en verbinden centraal stonden. Juist wanneer politieke vertegenwoordiging, geleefde ervaring en de wijsheid van gemeenschappen elkaar ontmoeten, ontstaat ruimte voor een andere vorm van democratie: dichter bij mensen, dichter bij het dagelijks leven en dichter bij wat er werkelijk speelt.