Actueel

Op deze pagina’s vindt u het laatste nieuws vanuit het NOOM. Ook ziet u hier de agenda, waarin de eigen activiteiten van het NOOM zijn opgenomen, samen met activiteiten waar NOOM-bestuurders, -medewerkers of bruggenbouwers bij betrokken zijn.

Wilt u rechtstreeks op de hoogte blijven van onze activiteiten? Meldt u dan aan voor onze nieuwsbrief.


Familie­netwerken van niet-westerse oudere migranten
In het Jaarrapport Integratie 2020 besteedt het CBS aandacht aan familie­netwerken van niet-westerse oudere migranten. Het rapport bevat onder meer gegevens over de omvang en geografische spreiding van groepen niet westerse oudere migranten. Aan de hand van twee verdiepingsstudies wordt voorts gezocht naar antwoorden op vragen als: hebben ouderen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond vaker een vangnet van kinderen in de buurt dan ouderen met een Nederlandse achtergrond? Wie hebben vooral zo’n vangnet? En zijn dat ook degenen die deze het hardst nodig hebben?
De Nederlandse bevolking vergrijst niet alleen, zij ‘verkleurt’ ook: de groep ouderen met een migratieachtergrond is in de laatste dertig jaar bijna verdrievoudigd (figuur 9.2.1). In 1990 hadden 298 duizend ouderen een migratieachtergrond, 9 procent van alle 55‑plussers, inmiddels zijn dat er 875 duizend (15 procent). Ook van toekomstige ouderen met een migratieachtergrond is niet te verwachten dat zij massaal terugkeren naar hun geboorteland (of dat van hun ouders); de omvang van deze groep zal dus verder toenemen. Volgens de meest recente bevolkingsprognose hebben in 2050 zo’n 1,8 miljoen ouderen een migratieachtergrond, wat neerkomt op 26 procent van alle 55‑plussers.
336 duizend ouderen hebben een niet-westerse achtergrond. De vier grootste groepen in Nederland met een niet-westerse achtergrond zijn mensen met een Surinaamse (88 duizend), Turkse (56 duizend), Marokkaanse (53 duizend), of Antilliaanse achtergrond (26 duizend) (figuur 9.2.2b). De samenstelling van de groep ‘overig niet-westers’ is zeer divers. De grootste groepen zijn mensen met een Chinese (15 duizend), Iraakse (9 duizend), Iraanse (8 duizend), Afghaanse (6 duizend) en Syrische achtergrond (6 duizend). In 2050 zal naar verwachting de niet-westerse groep ouderen groter zijn dan de westerse groep: 1 100 duizend tegenover 737 duizend 55‑plussers.

Het ouderenbeleid is erop gericht om ook kwetsbare ouderen zo lang mogelijk zelfredzaam te laten zijn in de thuissituatie. Aanvullend op de eigen mogelijkheden moeten ouderen eerst steun in de eigen sociale omgeving zoeken, om pas daarna een beroep te doen op zorg- en welzijnsvoorzieningen. Inzet van het eigen sociale netwerk kan gaan om hulp door vrienden en buren, maar de meeste mantelzorg wordt geboden door partner en kinderen. Voor wat betreft mogelijke mantelzorg door de partner lijken Surinaamse en Antilliaanse ouderen kwetsbaarder: zij zijn vaker alleenstaand dan ouderen met een Nederlandse achtergrond. Onder Turkse en Marokkaanse ouderen is het aandeel alleenstaanden juist wat kleiner. Wat betreft ‘beschikbaarheid’ van kinderen, lijken vooral de Turkse en Marokkaanse ouderen gunstig af te steken bij ouderen met een Nederlandse achtergrond, zo laten onze twee verdiepingsstudies zien. Zij zijn minder vaak kinderloos dan ouderen met een Nederlandse achtergrond, en zelfstandig wonende Turkse en Marokkaanse ouderen delen vaker de woning met een of meer kinderen dan ouderen met een Nederlandse achtergrond. Ook Surinaamse en Antilliaanse ouderen wonen vaker samen met hun kinderen dan ouderen met een Nederlandse achtergrond, zij het beduidend minder vaak dan hun Turkse en Marokkaanse leeftijdsgenoten. Van de ouderen zonder samenwonende kinderen is de afstand in kilometers tot deze kinderen veruit het kleinst bij Turkse en Marokkaanse ouderen en het grootst bij Antilliaanse ouderen. Antillianen hebben minder vaak een kind in de buurt wonen dan ouderen met een Nederlandse achtergrond, bovendien zijn ze vaker kinderloos. Surinaamse ouderen nemen een tussenpositie in en zijn vergelijkbaar met ouderen met een Nederlandse achtergrond. Voor het geven van hulp is dichtbij elkaar wonen cruciaal.

Lees een uitgebreidere samenvatting op de NOOM website, of het volledige artikel op de site van het CBS