Reactie seniorencoalitie op programma Wonen en zorg voor ouderen

Op 23 november stuurden minister Helder en minister De Jonge het programma “Wonen en zorg voor ouderen” naar de Tweede Kamer. In een reactie hierop schrijft de Seniorencoalitie (ANBO, KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden en NOOM) blij te zijn met de ambitie voor de bouw van 290.000 woningen voor ouderen. Het is volgens de coalitie mooi dat het programma zowel onderdeel uitmaakt van de Woon- en Bouwagenda van de minister van Volkshuisvesting als van het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg van de minister voor Langdurige zorg en Sport. Hopelijk gaat deze samenwerking leiden tot een integrale aanpak waarin goed en passend wonen wordt verbonden met welzijn en wijken met goede voorzieningen.
Hoewel de coalitie blij is met de gezamenlijke aanpak, wijst zij er op dat alles afhangt van hoe de concrete uitwerking eruit gaat zien. Het is daarbij belangrijk dat ouderen goed betrokken worden in de processen en besluitvorming. En dat het gesprek wordt gevoerd mét oudere mensen en niet óver oudere mensen.
In de reactie vraagt de coalitie aandacht voor de volgende thema’s:

Haalbaarheid ambitie en terugvalscenario’s
In steeds meer rapporten wordt getwijfeld over de haalbaarheid van de bouwplannen. Naast de vragen  rondom stikstof hebben we te maken met de toewijzing van locaties, de afgifte van vergunningen en de stijgende bouwkosten. Het lijkt de coalitie verstandig om terugvalscenarios’s te hebben.

Verpleegzorgplaatsen voor zeer kwetsbare mensen nu
Een van de voorgestelde maatregelen is om het aantal verpleeghuisbedden niet te verhogen. Dit terwijl er genoeg signalen zijn dat de behoefte aan intensieve zorg toeneemt. De Seniorencoalitie pleit voor een betere overgangssituatie met meer capaciteit dan nu voorzien ismen dringt aan op (al dan niet tijdelijke) maatregelen om verpleeghuisplaatsen voor een grotere en diverse groep beschikbaar te maken.

Bouwen met het oog op palet aan zorgmogelijkheden
De coalitie is benieuwd naar de mogelijkheden van de geclusterde woonvormen en hoe er ingespeeld wordt op de diversiteit,  waaronder de behoefte van ouderen met een migratieachtergrond.

Investeren in welzijn en wijken
Alleen woningen is niet genoeg. Het is belangrijk om naast het bouwen van woningen ook de wijken en de voorzieningen mee te nemen in de visie en woondeals. Er moet een goede infrastructuur in de wijken komen van zorg en welzijn.

Lees hier de volledige reactie

Toegankelijk betalingsverkeer vergt grotere prioriteit.

15 november jongstleden constateerde het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) dat Toegankelijk betalingsverkeer nog meer prioriteit vergt. Het MOB roept banken op om meer prioriteit te geven aan het verbeteren van de toegankelijkheid van betaaldiensten. De Nederlandse Bank (DNB) publiceert medio december 2022 een onder consumenten in kwetsbare posities uitgevoerd verdiepend onderzoek. Uit dat onderzoek blijkt, onder andere, dat tussen de 1,8 en 2,6 miljoen volwassenen in ons land niet zelfstandig al hun bank- en betaalzaken kunnen of willen regelen.
De resultaten van het verdiepende DNB-onderzoek betekenen dat de toegankelijkheid door de banken verder verbeterd moet worden. Volgens het MOB kunnen banken hier meer prioriteit aan geven door meer menskracht en middelen beschikbaar te stellen. Bijvoorbeeld om meer en sneller lokale servicepunten voor hun klanten te realiseren en met name hun niet-digitale dienstverlening waar mogelijk te verbeteren. DNB zal, als voorzitter van het MOB, de bankbestuurders hiertoe oproepen. Daarnaast organiseert DNB in januari 2023 een workshop met de banken, belangenorganisaties en andere stakeholders om te bezien hoe de resultaten van het verdiepende onderzoek kunnen worden omgezet in concrete maatregelen om de toegankelijkheid voor mensen uit de aandachtsgroepen te verbeteren. Dit alles kan een belangrijke bijdrage leveren om de door de aandachtsgroepen ervaren ontoereikende toegankelijkheid in het betalingsverkeer te verbeteren.
Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) is een overlegplatform waarin organisaties betrokken bij het aanbieden en afnemen van betaaldiensten zich inzetten voor een veilig, betrouwbaar, toegankelijk en efficiënt betalingsverkeer voor iedereen. Het MOB wordt voorgezeten door DNB en komt twee keer per jaar bijeen.

Campagne over aanvragen of wijzigen toeslagen

Het kabinet wil mensen die gebruik maken van één of meerdere toeslagen wijzen op het belang van het tijdig doorgeven van wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de hoogte van toeslagen. Bovendien krijgen vanaf 1 januari ook ongeveer 500.000 extra huishoudens recht op één of meerdere toeslagen. Voor hen is het belangrijk om te checken of zij vanaf 1 januari in aanmerking komen voor een toeslag. Daarom start vanaf 21 november de landelijke campagne “Check, pas aan en door!”

Ruim 5,7 miljoen huishoudens maken op dit moment gebruik van 1 of meerdere toeslagen. Zij ontvangen binnenkort een brief en hoeven geen nieuwe aanvraag te doen. Het is wel belangrijk dat zij de informatie controleren op basis waarvan Toeslagen het nieuwe voorschot heeft berekend. Daarom start een grote landelijke campagne om mensen te informeren over het gebruik van toeslagen. In de campagne wordt ook aandacht besteed aan het belang van het up-to-date houden van de gegevens waarop Toeslagen de toeslagen baseert. Hiermee wordt voorkomen dat mensen, die een toeslag ontvangen, geconfronteerd worden met een terugvordering.

Vanaf 1 januari hebben ongeveer 500.000 extra huishoudens recht op 1 of meerdere toeslagen. Dat is het resultaat van de koopkrachtmaatregelen die het kabinet heeft genomen. Voor hen is het belangrijk om te checken of zij vanaf 1 januari in aanmerking komen voor een toeslag. Het aanvragen en aanpassen van toeslagen is eenvoudig online te regelen via toeslagen.nl. Op de website wordt precies uitgelegd hoe mensen zorg-, huur- of kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget kunnen aanvragen. Ook is er vanaf 25 november een rekenhulp beschikbaar. Hier kunnen zij berekenen of ze in aanmerking komen voor een toeslag. Hierin zijn de wijzigingen vanaf 1 januari al verwerkt. Mensen die toch moeite hebben met het online regelen van het aanvragen of wijzigen van hun toeslagen, kunnen daarbij ondersteuning krijgen. Bijvoorbeeld bij balies en steunpunten of via een Toeslagenservicepunt: een netwerk van vaste intermediairs waar Toeslagen mee samenwerkt. Denk hierbij aan hulp- en dienstverleners zoals bibliotheken, ouderenbonden, formulierenbrigades, lokale ouderenorganisaties en sociaal raadslieden. Via toeslagen.nl kun je een servicepunt bij jou in de buurt vinden.

Vanaf 1 januari zijn verschillende toeslagen verhoogd. Ook is de inkomensgrens aangepast en waardoor meer mensen in aanmerking komen voor 1 of meerdere toeslagen. Uit onderzoek blijkt dat er een groep mensen is die wel recht hebben op een of meerdere toeslagen, maar daar geen gebruik van maken. Het is zeker nu, op het moment dat de energieprijzen stijgen en dagelijkse boodschappen duurder zijn, dan ook des te belangrijker dat mensen de toeslagen ook echt aanvragen.

Training digitale vaardigheden voor Marokkaanse ouderen met succes afgerond

Op 17 november ontvingen 22 Marokkaanse ouderen een certificaat van de Rotterdamse wethouder Faouzi Achbar (Welzijn, Samenleven, Sport en Digitale Inclusie). De afgelopen 8 weken verbeterden zij hun digitale vaardigheden. Samen met MOBiN, de Marokkaanse Ouderenbond in Nederland, ontwikkelde het Netwerk digitale inclusie 55+ voor hen een training op maat. Ouderen met een Marokkaanse culturele achtergrond blijken namelijk weinig gebruik te maken van bestaand aanbod om mee te komen in de digitale wereld.
Wethouder Faouzi Achbar: “Zowel in de fysieke als digitale wereld is het van belang dat iedereen mee kan doen. De digitale wereld biedt veel mogelijkheden en kansen, maar om daar gebruik van te kunnen maken zijn digitale vaardigheden essentieel. Niet elke Rotterdammer krijgt deze vaardigheden van jongs af aan mee. Ik ben daarom ook erg blij met initiatieven als deze en heb met trots de certificaten aan de deelnemers uitgereikt.”

Laagdrempelig 
Samen met MOBiN werd bekeken hoe Marokkaanse ouderen het best ondersteund kunnen worden bij digitale uitdagingen. Dat werd een training op maat, want “anders worden dit soort mensen niet bereikt en blijven ze links liggen”, vertelt Driss Tabghi van MOBiN. Het aanbod moet laagdrempelig zijn. Daarom is gekozen voor een locatie waar de ouderen al regelmatig samen komen: Stichting Vader en Zoon in Feijenoord. En voor een trainer die bekend is met de Marokkaanse cultuur en de taal van de deelnemers spreekt. Daarnaast konden de deelnemers gebruik maken van een laptop in bruikleen omdat zij vaak zelf nog niet in het bezit zijn van een laptop of computer. “Het geheim is de doelgroep heel goed kennen en geduld opbrengen. Dat is niet voor iedereen weggelegd” sluit Driss af.

Meedoen in de digitale wereld
Gedurende acht weken leerden de deelnemers van de training met een laptop werken en werden al hun vragen hierover beantwoord. Zij hebben een mooie stap gemaakt om mee te komen in de digitale wereld. Dat is belangrijk omdat steeds meer dienstverlening van bijvoorbeeld de overheid digitaal plaatsvindt. Zonder digitale vaardigheden kan je dus niet langer zelfstandig meekomen in de maatschappij. Naar schatting geldt dit voor ongeveer 25% van alle Rotterdammers. Van alle 55-plussers voelt zelfs meer dan de helft zich niet voldoende digitaal vaardig. Daarom werken zo’n 50 organisaties, waaronder het NOOM, samen in het Netwerk Digitale Inclusie 55+ aan een passend aanbod om de digitale vaardigheden van Rotterdamse ouderen te versterken.

Voedselhulp voor ouderen op Curaçao is hard nodig!

Curaçao is een geliefde vakantiebestemming vanwege het lekkere weer en de mooie stranden. Maar het eiland heeft ook een andere kant. Een derde van de inwoners op Curaçao leefde voor de coronacrisis al onder de armoedegrens. Ouderen wonen in krotten en hebben soms dagenlang geen eten. Ook kunnen veel van hen geen medicijnen meer betalen. Lockdowns zorgden voor inkomensverlies, grote voedseltekorten en nóg meer aanmeldingen bij de voedselbank op het eiland.
In tegenstelling tot de voedselbanken in Nederland die veel producten gratis ontvangen, moet de voedselbank op Curaçao zelf alle levensmiddelen inkopen. Maar door gebrek aan inkomsten kan de voedselbank nog maar amper in die behoefte voorzien. Door de crisis in Oekraïne zijn de prijzen van levensmiddelen enorm gestegen, waardoor de prijzen van de voedselpakketten ook hoger worden. Tot februari 2022 kostte een pakket 39 euro, nu is dat 45 euro! Op dit moment kan de voedselbank nog maar 1000 pakketten per maand uitdelen en kregen 3000 mensen, – waarvan 40% ouderen – de boodschap dat er geen pakket meer voor ze is. MAX Maakt Mogelijk wil de voedselbank op Curaçao steunen zodat ook deze mensen een voedselpakket kunnen ontvangen.

Netwerkversterker Kwok Hung Lau over voorlichting voor Chinezen

In een nieuwe serie artikelen vertellen netwerkversterkers van het NOOM over hoe zij te werk gaan en welke ervaringen zij hebben opgedaan tijdens de uitvoering van hun werk. In dit artikel vertelt netwerkversterker Kwok Hung Lau waarom gezondheidsvoorlichting zo belangrijk is en wat de randvoorwaarden zijn voor effectieve voorlichting. “Belangrijk bij het organiseren van een voorlichtingsbijeenkomst is dat je het thema goed kiest: het moet aansluiten op wat er leeft in een groep: welke vragen hebben ze? wat weten ze al over het thema? Welke gevoeligheden zijn er ten aanzien van het thema? Hét thema de afgelopen periode was natuurlijk Corona. Veel Chinezen hebben informatie gekregen via Whatsapp, de telefoon of van vrienden. Maar lang niet alle informatie is correct, en nogal wat mensen zijn door die informatie op het verkeerde been gezet, wat bijvoorbeeld hun beslissing om zich wel of juist niet te laten vaccineren heeft beïnvloed. Een andere belangrijke voorwaarde voor een succesvolle bijeenkomst is dat de voorlichting wordt gegeven door iemand met gezag of autoriteit. Bij gezondheidsvoorlichting dus een -al dan niet gepensioneerde- arts. Mensen accepteren de informatie dan veel makkelijker en eerder dan van een medisch ongekwalificeerde vrijwilliger. Ik fungeer tijdens de bijeenkomsten als tolk, omdat de voorlichter vrijwel nooit Chinees spreekt. De voorlichting wordt in het Kantonees gegeven. Mocht iemand die taal niet beheersen dan vragen we iemand anders die de taal wel verstaat, naast hem of haar te gaan zitten en waar nodig zachtjes te vertalen”.  Lees het volledige verhaal van Kwok.

Geen reparatie AOW-gat Surinaamse Nederlanders, misschien wel eenmalige tegemoetkoming

Nederlanders van Surinaamse afkomst met lage AOW-opbouw krijgen misschien een eenmalig ‘onverplicht’ geldbedrag om het tekort aan te vullen. Het kabinet laat hier onderzoek naar doen. Dit heeft de ministerraad op 11 november besloten op voorstel van minister Schouten van Sociale Zaken. Om precedentwerking te voorkomen mag deze compensatie officieel geen relatie hebben met het AOW-tekort. Het kabinet acht een reparatie van de onvolledige AOW-opbouw niet mogelijk, omdat dat precedentwerking zou hebben voor andere groepen. Wel wil het kabinet onderzoeken of een gebaar van erkenning mogelijk is. Dat is een koerswijziging. Verantwoordelijk minister Carola Schouten (CU) voor Pensioenen: ‘De gesprekken met ouderen uit de Surinaamse gemeenschap hebben een diepe indruk op mij gemaakt. In het vraagstuk rondom de onvolledige AOW ervaren zij groot onrecht. Ik begrijp die gevoelens. Daarom start het kabinet een onderzoek naar een eenmalige onverplichte tegemoetkoming, als gebaar van erkenning richting deze ouderen.’ Het begrip ‘onverplicht’ moet precedentwerking voorkomen.

Lees het volledige artikel op de site van de Volkskrant
Bekijk het bericht van de Rijksoverheid

Betalingsverkeer: minder service, maar hogere tarieven

Steeds meer ouderen zijn boos over de steeds verdere digitalisering van het betalingsverkeer en de achteruitgang van de dienstverlening van banken. Met name de sluiting van veel bankkantoren zit veel mensen dwars. Daar komt nog bij dat banken ondanks hun verminderde service de tarieven voor betalingsverkeer de afgelopen jaren flink hebben verhoogd. NOOM, het Netwerk van Organisaties van Ouderen Migranten, en andere seniorenorganisaties vinden deze verhogingen een zorgelijke en onacceptabele ontwikkeling en gaan dit nadrukkelijk aan de orde stellen in de komende gesprekken met de banken, onder andere in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de Consumentenbond.

Vooral ouderen die niet of nauwelijks in staat zijn om met de computer of de telefoon te bankieren, ondervinden grote problemen bij het betalingsverkeer en overige dagelijkse bankzaken. Onder deze, maar ook andere, ouderen leeft een algemeen gevoel van steeds verdere achterstelling. Overduidelijk blijkt steeds de behoefte aan persoonlijk contact. Ouderen zijn voor vragen en “persoonlijk contact” nu vooral aangewezen op de telefoonlijnen van de banken. Maar daarover zijn er steeds meer klachten: lange wachttijden; de telefooncomputer vraagt om informatie, maar accenten en woorden worden niet altijd herkend; moeite met het “multitasken”, er moet worden geluisterd en tegelijk keuzes intikken. De telefoonprogramma’s vragen om gegevens zoals een bankrekeningnummer, mensen hebben dat vaak niet bij de hand. Hierdoor is meer tijd nodig waardoor het programma wordt afgesloten en je  weer opnieuw moet beginnen. Als je eindelijk iemand aan de lijn krijgt is het moeilijk om je probleem te bespreken en aangeboden oplossingen te onthouden en uit te voeren. Door “taalproblemen” is verificatie aan de telefoon door de bank van de rekeninghouder niet altijd mogelijk. De ouderen die wel internetbankieren of weleens hadden geprobeerd daarmee te starten gaven aan dat ze regelmatig vragen hebben en/of vastlopen bij het installeren of “niet functioneren” van de software op laptop en/of mobiele telefoons. Ze weten niet aan wie of waar ze hulp kunnen vragen. De meesten hebben geen mensen in hun omgeving die hen kunnen helpen. Doorverwijzing voor ING klanten naar ING Servicepunten is in sommige gevallen een oplossing, bij andere banken kunnen mensen alleen naar het filiaal in het centrum van de stad.  Dat betekent voor veel ouderen een reis met de bus en drie keer overstappen + stukken lopen. Gezien de mobiliteit van deze ouderen is dit een groot probleem. Ook de buskosten vormen voor sommigen een obstakel.

Bij verminderde service verwacht je geen verhoging van de tarieven voor het betalingsverkeer. Het tegendeel is het geval. De laatste jaren zijn de abonnementskosten op de betaalrekeningen met meer dan 40% gestegen. Alleen dit jaar al met 10%. ING, één van de grootste banken, heeft onlangs aangekondigd de abonnementstarieven per 1 januari 2023 te verhogen: bij de duurdere pakketten is de verhoging 10%, bij de goedkopere pakketten met maar liefst 42%. En dat zijn nu juist de pakketten die worden afgenomen door mensen in kwetsbare posities, mensen die minder te besteden hebben en al enorm veel last hebben van de torenhoge energieprijzen, hoge huren, duurdere boodschappen en hogere zorgkosten.

Wegwijs in de wereld van bankieren

Er is veel veranderd rondom de dienstverlening van banken. De meeste bankfilialen zijn gesloten en bankklanten worden gestimuleerd om vooral over te gaan op online- en/of mobiel bankieren. Veel mensen, ouderen, laaggeletterden en mensen met een beperking, ruim drie miljoen Nederlanders, hebben moeite met het gebruik van internet en kunnen of willen geen gebruik maken van online en/of mobiel bankieren. Veel van hen worden daardoor bij hun betalingen steeds meer afhankelijk van hulp van anderen. Daarbij komt dat de meeste bankinformatie nu alleen nog online op de websites van de banken te vinden is. Mensen uit deze groepen prefereren echter persoonlijk contact en missen dat sinds de sluiting van de lokale bankfilialen.

Om hen te ondersteunen is in oktober een pilot van start gegaan. Iedereen met vragen over bankieren kan wekelijks terecht bij een speciaal inloopspreekuur in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam, Bibliotheek Overvecht in Utrecht en Bibliotheek Deventer. De pilot is een samenwerking van ABN AMRO, ING en Rabobank met de bibliotheken en de belangenorganisaties. Gepensioneerde bankmedewerkers staan als vrijwilliger klaar om mensen op weg te helpen. Zij fungeren als spin in het web, verwijzen mensen naar het juiste kanaal en helpen de hulpvraag goed te formuleren, geven waar mogelijk zelf informatie. De vrijwilligers verwijzen bij complexe en inhoudelijke vragen altijd door naar financiële gecertificeerde deskundigen. Ze geven daarnaast neutrale informatie, onafhankelijk van de bank waarvan iemand klant is. Op basis van de resultaten van de pilots wordt bekeken of en op welke wijze een bredere landelijke uitrol mogelijk is.

In Utrecht-Overvecht kent de pilot vooral een wijkgerichte aanpak. Het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) speelt hierin, naast de banken en de bibliotheek, een belangrijke rol. Het wekelijks spreekuur is hier onderdeel van een bredere aanpak. Communicatie over het spreekuur met de wijk staat hierin centraal. Dit gebeurt middels een dubbele informatiepagina in het wijkblad Dreefnieuws, wekelijkse informatie in de wijkapps en facebook pagina’s, en informatieve items via wijktelevisie en lokale radio. Hiermee worden behalve de doelgroep zelf, vooral ook de intermediaire groepen bereikt. Daarnaast zijn er voorlichtingsbijeenkomsten over bankieren in groepen ouderen (Nederlands, Turks, Marokkaans, Surinaams). Deze bijeenkomsten worden gefaciliteerd door bankmedewerkers in samenwerking met een vertegenwoordiger van NOOM.

De Nederlandse Bank (DNB) heeft, in aanvulling op de pilot, een verdiepend onderzoek laten uitvoeren onder de eerder genoemde aandachtsgroepen. Hierin is gevraagd naar de wijze waarop zij bankieren, gebruikmaken – en kennis hebben –  van bankinformatie en over hun wensen en aanbevelingen om communicatie-, informatie en betalingsverkeer te verbeteren. Het onderzoeksrapport wordt naar verwachting in november gepresenteerd.

Handreiking Toekomstbestendig Coronabeleid in dorps- en buurthuizen en sociale ontmoetingsplekken

Foto LVKK

Om dorps- en buurthuizen en andere ontmoetingsplekken goed en veilig open te houden bij opleving van het coronavirus, stelden Sociaal Werk Nederland, LSAbewoners, NOV en LVKK in gezamenlijk overleg met het ministerie van VWS een handreiking met vier opschalingsstappen op.
De vier koepels adviseren in overleg en mede op basis van de adviezen van het RIVM welke fase wanneer van toepassing is. Hou deze website in de gaten! (Als je je registreert en de Nieuwspagina volgt, krijg je automatisch een update!) De complete handreiking kun je hier downloaden. Op dit moment is fase 1 van toepassing.

Waarom open blijven belangrijk is
Dorps- en buurthuizen en andere sociale ontmoetingsplekken vervullen een essentiële rol binnen de samenleving. Het zijn plaatsen waar (kwetsbare) mensen elkaar ontmoeten, zich kunnen ontplooien, elkaar steunen en steun kunnen ontvangen en hun hobby’s kunnen uitoefenen. Het zijn vaak ook locaties die essentieel zijn voor sociaalwerkorganisaties, zoals kinder- en jongerenwerkorganisaties, om hun activiteiten en ondersteuning te kunnen uitvoeren. Het zijn dus ook plekken waar verschillende soorten organisaties samenwerken voor inwoners. Voor het kabinet is het uitgangspunt de samenleving open te houden in geval van nieuwe oplevingen van het virus, vanwege sociaal-maatschappelijke en economische continuïteit/vitaliteit en toegankelijkheid van de gehele zorgketen voor iedereen.

Goede voorbereiding noodzakelijk
Het is van belang dat de sector goed voorbereid is op actuele ontwikkelingen. Dat betekent dat:

  • organisaties de besmettingskans op het werk voor vrijwilligers en professionals zoveel mogelijk beperken;
  • inwoners en bezoekers zo min mogelijk kans lopen bij en in voorzieningen besmet te raken;
  • organisaties in staat zijn methoden en werkwijzen af te stemmen op wisselende omstandigheden.

De complete handreiking kun je hier downloaden.