Shirley Ramdas, het belang van bewegen

In een nieuwe serie artikelen vertellen netwerkversterkers van het NOOM over hoe zij te werk gaan en welke ervaringen zij hebben opgedaan tijdens de uitvoering van hun werk. Als eerste komt Shirley Ramdas aan het woord. Zij combineert haar werk als projectleider voor Sociaal Vitaal in Kleur met haar bezigheden als netwerkversterker.

Werken op wijkniveau in de gemeente Utrecht
“Mijn werkgebied is de gemeente Utrecht. Op dit moment ben ik vooral actief in de wijken Kanaleneiland, Hoograven, Overvecht en Lombok. Dat zijn de wijken waarin het project Sociaal Vitaal in Kleur (SViK) wordt uitgevoerd, waarvan ik projectleider ben. Maar ik kom ook in andere wijken zoals Zuilen en Leidsche Rijn om contact te leggen met de netwerken aldaar.

Contact leggen en onderhouden
“Mijn rol als netwerkversterker is enerzijds netwerken van organisaties van migranten te “ontdekken”, contact met ze te leggen om het NOOM te introduceren, en om te horen waarom zij ontstaan zijn en hoe het met ze gaat. Anderzijds wil ik bij hen belangrijke onderwerpen of ontwikkelingen die migrantenouderen betreffen ter sprake brengen. De netwerken dienen voor het NOOM tevens als organisaties die ons voeden: wat signaleren zij als het om problemen gaat, maar ook waar – en hoe – boeken zij succes bij het oplossen van die problemen.
Het is dynamisch en afwisselend werk: de ene keer leg je contacten met nieuwe groepen zoals de buurtvaders in Zuilen, een andere keer hoor je dat er een groep Caraïbische ouderen bij elkaar komt. Je hoort er bijna niemand over en dat maakt dat in elk geval mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt. Want waarom weten zovelen niet van deze groep? De volgende stap is dat ik contact met hen ga leggen. Nu Corona enigszins geluwd is, merk je dat ouderen weer bij elkaar komen of dat de groepen weer iets groter worden. Maar nog niet zo groot als vóór Corona. Dan wil het gebeuren dat de trekker van deze groep intensiever wil samenwerken met het NOOM.
In Utrecht ben ik niet de enige netwerkversterker. Mijn collega Hasan Kaplan richt zich vooral op de Turkse groepen, omdat deze groepen uit het beeld dreigden te geraken. Ik hou me meer met de andere migrantengroepen bezig. (Maar met Sociaal Vitaal in Kleur doet ook een groep Turkse vrouwen mee). Het is fijn om een collega netwerker te hebben in zo’n grote stad als Utrecht.

Focus en samenwerking
Regelmatig krijgen wij als netwerkversterker de vraag (meestal van onderzoekinstellingen) of zij in contact kunnen komen met migrantenouderen om vragen te beantwoorden of dat wij een focusgroep kunnen samenstellen om een bepaald onderwerp te bespreken. Ik ken via de netwerken mensen met verschillende migratieachtergronden die aan zo’n focusgroep deel kunnen nemen. Dat zijn senioren die contact hebben met andere leeftijdgenoten en die de vragen, behoeften en wensen van deze senioren kunnen verwoorden. Ik ben altijd gefocust om deze senioren te vinden, want het is belangrijk dat zij gehoord worden als wij worden benaderd door onderzoeksbureaus of ministeries.
Als netwerkversterker is het belangrijk en noodzakelijk om in contact te komen en te blijven met welzijns-, zorgorganisaties en de gemeente.
Ik werk vooral samen met organisaties op wijk- en stedelijk niveau. Het gaat bijvoorbeeld om de sociaal makelaars van Dock die initiatieven ondersteunen en die betrokken zijn bij SViK. Bij de uitvoering van SViK hebben wij met een aantal van deze organisaties contact gezocht. En de gemeente is een belangrijke gesprekspartner voor de verdere uitrol van SViK. Verder hebben wij het convenant getekend om eenzaamheid te agenderen en zijn wij partner van Utrecht Omarmt.
Een andere stedelijke partner is U-Centraal omdat zij voorlichting verzorgen. Met hen gaan wij bespreken over welke onderwerpen zij voorlichting geven en of zij deze in eigen taal verzorgen.

Activiteiten als netwerkversterker
“Als netwerkversterker leg ik mijn oor te luister. Ik beantwoord vragen en adviseer, breng netwerken in contact met professionele organisaties. Mijn voornaamste invalshoek daarbij is het wijzen op het belang van bewegen. Maar voor ouderen die dezelfde taal spreken als ik, Hindoestaanse- en Afro-Surinamers kan ik ook andere onderwerpen aansnijden, bijvoorbeeld mantelzorg of dementie. Binnenkort start ik ook met een workshop voor sleutelfiguren over eenzaamheid. Mijn werkzaamheden als netwerkversterker en als projectleider SViK overlappen elkaar voor een deel, wat vooral  handig is”.

Fit worden en eenzaamheid bestrijden
“Een van de leukste en succesvolle activiteiten is de fitheidstest die afgenomen wordt als onderdeel van SViK. Testen op fitheid en eenzaamheidgevoelens worden afgenomen als nulmeting. Na een bepaalde periode wordt er weer een meting verricht en kun je merken of de fitheid is toegenomen. De fitheidstesten worden afgenomen door stichting Galm, een samenwerkingspartner van het NOOM bij SViK.
Het is leuk omdat het veel energie geeft: er ontstaat veel reuring in de groep. Ouderen motiveren elkaar, maken grappen, maar willen ook graag weten hoe hun bloeddruk en gewicht ervoor staan. Dat kan ertoe leiden dat een oudere wordt verwezen naar de huisarts of dat iemand heel opgelucht is omdat de bloeddruk op orde is.
Er ontstaat verbinding tussen de ouderen; ze leren elkaar beter kennen. Er is een zekere structuur in de ontmoeting, want een kopje koffie drinken of samen iets eten hoort er gewoon bij. Dat is het sociale aspect. Er is tijd om met elkaar te praten over alles en nog wat. Tussen de sessies door wordt er voorlichting gegeven, bij voorbeeld over valpreventie. We werken aan bewustwording over waarom bewegen belangrijk is en stimuleren de deelnemers om in beweging te blijven en een gezonde leefstijl te behouden of na te streven.

Problemen vóór zijn
Hoewel de SViK activiteiten laagdrempelig zijn is het toch goed attent te zijn op eventuele drempels voor deelname. Zo bleek dat degene die de test afneemt voor de vrouwengroepen een man was, wat voor sommige potentiële deelnemers een struikelblok zou kunnen zijn. We hebben dat opgelost door eerst met de sleutelfiguur, de trekker van de groep, in gesprek te gaan. Wat vindt de groep ervan? Je moet er immers niet bij voorbaat van uitgaan dat het een probleem is. Deze sleutelfiguur gaat dan in gesprek met de ouderen over hun wensen en bezwaren en hoe daarmee omgegaan kan worden. Intussen gingen wij ook alvast bedenken hoe we dit zouden kunnen oplossen: een vrouwelijke stagiaire bijvoorbeeld? Maar wat als dat niet mogelijk blijkt? Wij inventariseerden wie wil helpen bij de test. Deze vrijwilligers krijgen van stichting Galm instructies wat ze moeten doen, welke vragen ze moeten stellen, en hoe ze de vragenlijsten moeten beantwoorden. De mannelijke testafnemer van stichting Galm blijft op de achtergrond, in een aparte kamer, voor als er vragen zijn. Maar wat gebeurt, is dat vrouwen heel snel met vragen naar hem toe gaan. Ze merken dat hij hen respectvol bejegent en de codes die zij belangrijk vinden in acht houdt.